anjahenke
 
Antonin Artaud

Antonin Artaud


Gekweld door hoofd- en zenuwpijnen, verslaafd aan de opium tegen de ondragelijke pijn, vocht Antonin Artaud (1896-1948) om te weten of hij bestond of niet bestond of hij een lichaam met behoefte was of dat er een geest in zat en hij vocht met die geest, die hij wilde bevrijden van het individuele en van het sociale. Hij schraapte het schoon tot aan de oerschreeuw om echt te kunnen zien wat er te zien was.
Het theater zag hij als een voorstelling; evenals het denken en het lichaam is het onteigend. Het theater ter lering en vermaak doorboorde hij met zijn theater van de wreedheid, waarin hij het publiek door transgressie, het overschrijden van de rationaliteit, wilde bevrijden van geconditioneerdheid, de maskers wilde afrukken om de eigen naakte waarheid te laten voelen.
Artaud wilde de taal doorbreken om aan het leven te raken. Zijn werken noemde hij de schillen van zichzelf, het afval van zijn ziel.

                                                          Beminnelijk

aait het oog
de vleugel
van de vlinder

bijt de woede
wreed in teder
evenwicht