anjahenke
 
Friedrich Nietzsche door Edvard Munch 1906

Friedrich Nietzsche


Friedrich Nietzsche (1844-1900) zag de wereld beheerst door twee krachten. Het Apollinische, de vormgevende volmaaktheid, schijn van het individualisme, die dwingt tot maat en orde en het Dionysische, de ongestructureerde hartstocht, mateloosheid, dronken extase.
Het Apollinische maakt het leven dragelijk door diepten buiten te sluiten, terwijl het Dionysische dwingt de verschrikkingen onder ogen te zien.
Met deze twee tegengestelden, de Apollinische ontkenning en de Dionysische bevestiging, uit de Griekse tragedie wilde Nietzsche de spanning en noodzakelijkheid tussen rustige harmonische schoonheid en verwarde scheppende wildheid aangeven, waar chaos zijn vorm vindt en losbandigheid tot orde komt.

Nietzsche neemt de gedachten over van Heraclitus (ca. 540-480 v.Chr.), die geloofde in een eeuwige verandering "Alles stroomt, alles is in beweging en niets is blijvend" - "Je kan nooit tweemaal in dezelfde rivier stappen"
Ook de harmonie van tegengestelde krachten vond hij bij Heraclitus "Zowel het goede als het kwade is een noodzakelijk deel van het geheel" - "De weg omhoog en de weg omlaag is dezelfde"

Socrates echter wees op het verstand en Plato gaf de mens een hoger zins gevoel; de betovering van de Apollinische illusie en de Dionysische roes werd verbroken.

De wereld wordt door elk mens anders bekeken, stelde Nietzsche. Hoe meer perspectieven hoe beter, maar er is geen absoluut perspectief. Objectiviteit is de illusie van de rede.

De leer van een hogere werkelijkheid had voor hem het fundament in een slavenmoraal waar, vanuit een negatieve impuls, volgzaamheid, nederigheid en onderworpenheid wordt opgelegd met een metafysische vergoedelijking. Alle creativiteit en zelfontplooiing wordt zo ondermijnd.

Nu de absolute waarheid ontbreekt en God dood is wordt de mens op zichzelf teruggeworpen en zal hij, telkens opnieuw, zijn eigen waarden moeten bepalen. Deze “wil tot macht” is ja zeggen tegen het leven, het lot lief hebben, amor fati, het leven aangaan zódat je de eeuwige wederkeer ervan wenst.

                                                                     
Zandloper


in de maat
van het bestaan
waardoor jij loopt
is alles eindeloos