anjahenke
 

Prettig droevig

                                      Tussen het riet

van de frisse ochtend
dauw boven het veld
brandende zon
die een kleine rimpeling weerkaatst
tot mugjes langs de waterkant komen

vliegen gedachten
door innerlijk wirwar water
met als ankerpunt
de dobber en de hoop
op niet ondergaan

Oogopslag

van geduldig lijden
dat smart en wellust
met lome beweging
zelf ondergaat

een afgrond
midden in het leven
waarin je zweven
of wegglijden kan

 

                                      Prettig droevig

ademt het niet-beschrevene
achter verklaren

opent zich een venster
naar een naakte wereld

toont begrenzing
een er tussen